English >>
13 januari t/m 17 februari 2007
't Was schoon
een hommage aan Luc Claus
Benoît (B)
Arie Berkulin
Camiel van Breedam (B)
Karel Dierickx (B)
Marcel van Eeden
Thomas Florschuetz (D)
Theo Kuijpers
Philip Mechanicus
Reinoud Oudshoorn
Dan van Severen (B)
Opening zaterdag 13 januari 16.00 - 18.00 uur
woensdag t/m zaterdag 12.30 - 17.30 uur
1e zondag v/d maand 14.00-18.00 uur

Op 12 augustus j.l. overleed in Brussel op 76-jarige leeftijd Luc Claus, van wie de galerie sinds 1976 regelmatig werk getoond heeft.
Bij de eerste ontmoeting al zei Luc: "Denk maar niet dat je veel van me zult verkopen, want dat is heel moeilijk. De mensen vinden mijn werk somber." Luc heeft wel gelijk gekregen, zijn werk vloog niet de deur uit. Maar ik heb er altijd van gehouden en toen ik na zijn begrafenis door Brussel liep besloot ik om op korte termijn een hommage-tentoonstelling te maken - met een selectie van werken van Luc Claus door de jaren heen en daarnaast werk van verwante of door hem gewaardeerde kunstenaars.
Die tentoonstelling opende zaterdag 13 januari 2007.
Er doen een paar met Luc bevriende Belgische kunstenaars aan mee: Benoît (die al eerder in deze galerie exposeerde), Camiel van Breedam (collages), Karel Dierickx (tekeningen) en Dan van Severen (tekeningen). Twee Nederlanders met wie hij hier samen geëxposeerd heeft: Philip Mechanicus en Reinoud Oudshoorn.
En een paar mensen van wie hij het werk waardeerde of die ik erbij vond passen: Arie Berkulin, Marcel van Eeden, Theo Kuijpers en Thomas Florschuetz. Marcel van Eeden heeft twee oude schetsen van Luc naar zijn hand gezet.
Er is naar gestreefd om aan te sluiten bij de verfijning die hij personifieerde, met zijn hang naar harmonie en eenvoud. De hoofdmoot bestaat dan ook uit tekeningen, hij werkte immers zijn leven lang bijna uitsluitend op papier.
'Voor de meeste kunstenaars is de tekening een voorstudie, een ontwerptekening, het anticiperen op een te realiseren project.
Voor Luc Claus was ze een volwaardige kunstvorm met een eigen autonomie. Zijn voorkeur ging uit naar handgeschept papier, potlood, houtskool en Chinese inkt. In de techniek van de droge naald kende hij zijn weerga niet. Zijn wereld was er een in zwart-wit, zij het dan met veel nuances.
Zwart was voor hem geen absolute kleur maar een levende, waarmee hij dank zij zijn virtuoze arceringstechniek diepe tonaliteiten creëerde.
Zijn werk kende weinig evolutie. Zijn eindeloze variaties van een beperkt aantal motieven, waarvan het menselijk gelaat, meestal in relatie tot een geometrische sokkel, zijn bekendste is, evolueerden eerder in de diepte dan in de breedte.'
Lieven Van Den Abeele, 2006 (excerpt)





